Gemberthee


10 02 2016



Op mijn kamer drink ik gemberthee met vriendin A. We kijken met glazige oogjes voor ons uit. We zijn op, we zijn kapot. We hebben net Knillis begraven op de markt. We stonden vooraan, met in onze handen bekers bier en bakken kibbeling. Terwijl Hendrien van haar sokkel werd getrokken sloeg ik mijn arm om vriendin A heen. Je hoeft niet verdrietig te zijn, zei ik sentimenteel tegen haar, voor je het weet is het weer carnaval; je krijgt straks van mij een lekkere kop gemberthee, daar zul je ontzettend van opknappen.

Ik hoor al heel lang, van verschillende mensen, dat gember een wondermiddel is, zuiverend en ontstekingsremmend en zo. Doorgaans sta ik nogal sceptisch tegenover dat soort beweringen, maar twee weken geleden besloot ik het toch maar eens te proberen. Ik heb zo’n biologisch gemberknolletje gekocht en netjes een paar plakjes in mijn thee geworpen. Lekker hoor! En voor mijn gevoel werkte het echt! Sindsdien werk ik er zowat een knol per dag doorheen. Ik heb zelfs mijn moeder aan de knollen gekregen. En nu dus ook vriendin A.

Mijn telefoon gaat. Het is trouwens mijn eigen telefoon niet. Het is de oude iPhone van Hilde, ik mag hem lenen (super dol, super lief, super fijn) tot mijn eigen telefoon terug is van het Repair Centre. Wat een drama, dat peperdure ding van nog geen vijf maanden oud begaf het ineens vlak voor carnaval. En alsof dat nog niet erg genoeg was, kreeg ik enkele dagen later ook mijn reserve telefoon niet meer aan de praat (nadat ik hem van de bank had laten vallen). Normaal gesproken kan ik na dit soort ongevallen wel een telefoon van mijn broer lenen. Het toeval wilde dat hij kort geleden zelf zijn laatste reserve phone nodig had, nadat iemand per ongeluk met een auto over zijn nieuwe telefoon was gereden.

Ik heb vriendin B (ze is dronken) aan de telefoon: ‘Waar ben jij? Zal ik naar je toe komen? O en vriendin C komt ook even mee. Trouwens, er komt ook een jongen mee.’ Prima, zeg ik, jullie krijgen allemaal gemberthee van mij! Een paar minuten later staat de dronken bende voor mijn voordeur. Ik loop de trap af en doe de deur open. Wow, huh, wat!!! Error! Voor mijn deur staan vriendin B en C met een dronken jongen.

Die jongen heb ik vorige week zondag tijdens Veurnaval ontmoet. En hoe gek het ook zal klinken, ik vond die jongen eigenlijk wel leuk. Weliswaar was ik dronken en hij ook en zaten we onder het bier en droegen we stinkende kielen, maar toch zag ik het en voelde ik het, echt. Ik weet niet, hij was niet echt mijn type, desondanks was ik wel gecharmeerd van hem. Heel soms heb ik dat wel eens. Héél soms. We hebben kort met elkaar gesproken terwijl we hand in hand naar het volgende café liepen. Hij vertelde dat hij les gaf op een universiteit en hij vertelde waar hij woonde. Ik vond het bizar dat we elkaar nooit eerder ontmoet hadden, terwijl we nota bene allebei in Den Bosch geboren en getogen zijn. Ik vond het allemaal iets aangenaam mysterieus hebben maar toen hij dronkenmanspraat uit begon te kramen was ik wel weer uitgepraat. Hij zei iets in de trant van een klik die hij tussen ons voelde en of we niet even konden tongzoenen.

Ik doe niet aan tongzoenen in de kroeg dus was ik snel uitgepraat. Ondertussen betrapte ik mezelf er wel op dat ik meer over die jongen wilde weten. Terwijl ik tussen het Veurnavallen door stiekem een kop koffie in de Uilenburg ging drinken, vroeg ik terloops een beetje rond bij collega’s. Niemand kende hem, apart. Maar één van mijn collega’s had hem wel gevonden op Facebook. Geinig. Ik voegde hem in mijn enthousiasme toe als vriend, dat was een leuke carnavaleske en puberale zet. Toch? Mijn collega's stonden er behoorlijk van te kijken dat ik weer eens (zeldzaam!) een keertje gecharmeerd was van een jongen. Dus toen ik opstond om weer verder te gaan met Veurnavallen, kreeg ik een aantal verfrissingsdoekjes voor mijn poes in mijn hand gedrukt. Om te gieren. Go for it! Niet dus. Ik heb die jongen helemaal niet meer gezien.

Tot nu, nu staat hij voor mijn deur. Nee maar! Een fractie van een seconde denkt mijn licht narcistische inborst dat vriendinnen B en C de jongen bij mij af komen leveren omdat hij dagenlang naar mij heeft lopen zoeken. Maar al snel komt de gedachte bij me op dat er misschien iets anders gaande is. Ik heb de indruk dat die gast me niet eens herkent, lekker. Maar goed, hij mag binnenkomen en vriendinnen B en C ook. Eenmaal in mijn kamer aangekomen -qua aanzien vergelijkbaar met een vuilnisbelt met vieze sokken en strings on top- neemt vriendin C me even apart. ‘Ik heb met hem geneukt!’, sist ze triomfantelijk. O god, denk ik. Dat charmante mysterieuze is er nu wel definitief van af. Braak. Vriendin C en de jongen slaan de gemberthee gedecideerd af en gaan er samen gehaast vandoor. Ik kijk ze teneergeslagen na. Sprookjes bestaan niet. Carnavalssprookjes ook niet.