Het gras lijkt altijd groener (073Magazine)


08 03 2016



Het gras lijkt altijd groener bij de buren, zeg ik tegen mezelf terwijl ik met mijn ene oog in de spiegel van het damestoilet kijk en met het andere terloops een blik op mijn telefoon werp. Ik veeg de spetters die opgespat zijn vanuit het toilet van mijn gezicht.

Het is oudejaarsdag, bijna 15.00 uur en ik trek de wc’tjes recht. Zo noemen we dat in het restaurant waar ik werk. Als de grootste drukte van de lunch voorbij is dan moeten de wc’tjes rechtgetrokken worden: doekje over de wc-bril, beetje luchtverfrisser sprayen, toiletpapier aanvullen en de wastafel droogmaken. Schrobben en dweilen hoeft niet, dat doen we pas ’s avonds, na het diner.

Soms heb je geluk en valt er niet heel veel recht te trekken. Soms heb je pech en zit er een dikke drol klem, heeft er iemand over de wc-bril gepist of naast de plee gekotst. Of heeft er een mevrouw ‘de helikopter’ gedaan met haar tampon, die daarna achteloos zonder zakje of papiertje naast de pedaalemmer is gedropt. Vandaag viel het mee, op enkele remsporen na. Ik wilde me er alleen te snel vanaf maken, ik ging iets te enthousiast met de pleeborstel tekeer, vandaar de spatten in mijn gezicht.

Voordat ik weer de zaak in loop, check ik nog snel even de Facebookpagina op mijn telefoon. Ik zie feestelijke updates van mijn vrienden die zich in de mooiste kerst-outfits hebben gehesen. Er komen foto’s voorbij van de meest heerlijke gerechten; portobello’s, gevulde kalkoenen, eendenleverkrullen en grand desserts, je kent al die delicatessen wel. Alle mensen op de foto’s stralen, ze omhelzen elkaar en ze zijn tot in de puntjes verzorgd, net als de glinsterende kerstbomen op de achtergrond.

Ik weet dat het gras van de buren altijd groener lijkt en dat Facebook geen realistische weerspiegeling van de werkelijkheid is, maar toch trap ik er in, ik trap in jullie. Een kort moment zwelg ik in zelfmedelijden. Verdomme, denk ik. Jullie zitten lekker te vreten en te zuipen en gelukkig te zijn, terwijl ik hier die stinkplees aan het poetsen ben en niet eens zin heb om gezellig te doen en gelukkig te zijn.

Het gras lijkt altijd groener. En de meeste mensen willen ook dat het gras bij hen groener lijkt, dat is zo jammer. Jullie zullen nou nooit eens een foto op Facebook zetten van die jurk die zo ontzettend tegenviel toen je ‘m eenmaal aanhad, omdat je er in dat ding uitzag als een rollade. Ook nooit eens een foto van de kipfilets uit je bh die net zo groot zijn als je billen. Nooit een foto van de zwartgeblakerde eendenborst. Nooit eens een update over de 48 uur die je op het toilet hebt doorgebracht omdat je tijdens het gourmetten een voedselvergiftiging hebt opgelopen. Nooit eens een foto van je man waarop hij de plee onderkotst omdat hij zijn kop eraf gezopen heeft. Nooit een update over het cadeautje dat je in de binnenzak van je man hebt zien zitten maar nooit ontvangen hebt. Nooit, nooit, nooit zullen jullie dat doen. Mensen zijn te trots.

Terwijl ik aan het zwelgen ben in zelfmedelijden zie ik nog zo’n kleffe feestfoto van een kennis opduiken. Ze omhelst haar vriend die haar een zoen geeft. Vorige week nog was diezelfde vriend mij achtervolgd naar het toilet omdat hij dacht daar even rap een feestwipje met mij te kunnen maken. Al snel realiseer ik me dat het allemaal schijn is. Niets is wat het lijkt. Het gras lijkt altijd groener, maar als je van dichtbij gaat kijken, dan zul je zien dat je buren al jaren vaal geworden grasmatten van plastic hebben liggen.