Het Land van Maas en Waal (073Magazine)


08 03 2016



Ik kijk ademloos naar het live-verslag van de NOS; de koning zal dadelijk de tentoonstelling Jheronimus Bosch: Visioenen van een genie openen. Hoewel ik behoorlijk ziek ben en gisteren slecht nieuws te horen heb gekregen, voel ik me opgewonden en gieren de zenuwen door mijn lijf. Ik vind het heel speciaal dat de koning langs mijn huis -en dus langs mij- naar het Noordbrabants Museum zal lopen.

Ik woon direct naast het museum en het feestelijke feit dat het Jeroen Boschjaar is aangebroken, is mij de afgelopen weken geen seconde ontgaan. Zo ongeveer dag en nacht werd er onder mijn raam gewerkt, gerepeteerd, gebouwd en schoongemaakt. Dat bracht uiteraard de nodige omgevingsgeluiden slash artistieke herrie met zich mee. Om die geluiden ‘overlast’ te noemen vind ik in deze situatie ongepast, omdat ik me zeer verbonden voel met Jheronimus Bosch én met Willem-Alexander. Ik moet wel even aantekenen dat ik het jammer vind dat ik als begripvolle buurtbewoonster en Jeroen Boschfan geen vrijkaartje voor de expositie heb mogen ontvangen. Wie weet komt het nog.

Ik ben hoe dan ook buitengewoon trots op onze stad, op ons museum, op onze Jeroen Bosch en op onze koning. Op de televisie zie ik dat onze burgervader inmiddels samen met de koning over de Parade paradeert. Ze worden toegezongen door Ali B en Brace. Ze zingen hun eigen versie van ‘Het Land van Maas en Waal’ van Boudewijn de Groot. Ali zingt: ‘Zorgen over morgen moeten nu even verborgen zijn.’ Brace vervolgt: ‘Onder de groene hemel, in de blauwe zon, speelt het blikken harmonie-orkest in een grote regenton…’ Ik word overvallen door emoties, dat zal ongetwijfeld te maken hebben met het nieuws dat ik gisteren heb gekregen.

Het duurt niet lang meer, ik kan onze koning bijna in levenden lijve bewonderen. Ik trek mijn jas aan en storm naar buiten. Op het moment dat Willem-Lex voorbij komt, flitsen er een paar prachtige herinneringen door mijn hoofd. Toen ik dertien jaar oud was, deed ik op mijn middelbare school mee aan een schrijfwedstrijd. Ik interviewde voor deze wedstrijd mijn opa over de oorlog. Ik werd één van de winnaars, mijn verhaal werd gepubliceerd in een boek en ik mocht het op Bevrijdingsdag voorlezen aan de toekomstige koning van ons land. De wetenschap dat er allemaal belangrijke mensen naar me keken en luisterden gaf mij een kick. Maar het allermooiste van die dag was dat ik mijn opa trots had gemaakt. Voor ik begon met lezen, keek ik naar mijn publiek, eerst naar opa, mijn eregast, daarna naar de prins. Niemand neemt opa en mij deze ervaring af; we voelden ons de sterren van het evenement. Ik sprak later die dag overmoedig(?) uit dat ik journalist wilde worden.

Het slechte nieuws van gisteren gaat over mijn opa; er zijn verdachte plekken in zijn 88 jaar oude longen gevonden en hij voelt zich beroerd. Morgen krijgen we meer te horen. Dit akelige nieuws doet mij verdriet. Ik wil niet dat opa nog moet lijden in zijn leven. Ik wil dat hij op een vredige manier, zonder pijn, onder de groene hemel de heuvels in kan trekken. Naar het Land van Maas en Waal; het land van zijn dromen, het land waar zijn overleden geliefde, mijn oma, hem weer in haar armen zal sluiten. Ik kijk naar de koning en ik heb het gevoel dat hij mij ook ziet. Ik kijk naar de stralende, strakblauwe lucht, waarin zelfs de zon blauw lijkt, Jeroen Boschblauw. En opeens voel ik dat het goed is. Zorgen over morgen moeten nu even verborgen zijn.