The best thing that never happened to me


22 03 2016



Ik loop bioscoopzaal 4 van de Verkade Fabriek binnen. Wow, wat chill, zeg ik. Er staan hier gewoon vet comfortabele banken waar ik languit op kan gaan liggen terwijl ik naar de film kijk. Dat wist ik helemaal niet. Ik ben met twee vrienden die me hebben weten te overtuigen om -tegen de afspraak in- naar een vage Belgische film te gaan in plaats van naar The Revenant. Het is een schande dat ik, als grootste Leo-fan, die als hardste schreeuwde dat hij de Oscar moest winnen, die film nog niet gezien heb.

Maar goed, de film ‘Belgica’ is het dus geworden, *gaap*. Nog voordat ik neerplof op zo’n super comfy bank, betrap ik mezelf erop dat er ongewenste gedachten door mijn hoofd schieten. Ho! Ik had hier met hém moeten zitten, denk ik. Hij had hier moeten zijn, verdomme. Mijn vrienden zijn hartstikke lief en proberen me al de hele dag op alle mogelijke manieren op te beuren maar ik kan het niet helpen. Ik denk: was hij nou maar hier.

Als hij hier was, had ik hem er van kunnen overtuigen dat ik echt wel heel leuk ben en dat hij wel degelijk verliefd op mij kan worden. Ik ben niet de persoon die hij gezien heeft. Ik ben beter, leuker en spontaner en ik moet dat aan hem bewijzen. Maar hoe? Niet, denk ik. Of wel? Nee. Jawel. Nee. Natuurlijk wel. Nee, doe normaal, die gast heeft na één fucking date (die hij zelf liever een ‘samenkomen’ noemde) al gezegd dat hij denkt nooit verliefd op je te gaan worden. Natuurlijk kan ik niets bewijzen, natuurlijk kan ik hem niet overtuigen. Ben jij zelf nog te overtuigen, als je iemand definitief afschreven hebt? Nee. Nooit. Ik ga alleen maar walgen van jongens die wanhopige bokkensprongen maken. Zo kansloos. De gesprekken die ik met mezelf in mijn hoofd voer, zijn ook kansloos, dat weet ik. Stop met hieraan te denken. Kijk naar de film. Focus!

Maar wat nou als ik terugkom op mijn besluit om niet op zijn aanbod in te gaan om als ‘vrienden’ thee te gaan drinken? Zodat hij me precies uit kan leggen waarom we geen match zijn. Wat nou als ik dat doe, wat nou als ik hem bel… O shit, ik kan helemaal niet meer bellen. Ik heb onder het toeziend oog van mijn vrienden zijn nummer en ieder spoor daarnaartoe moeten verwijderen uit mijn telefoon. Mijn vrienden weten nog beter dan ik hoe dol ik ben op dramatische, nachtelijke voicemailberichten. Ik heb dat best vaak gedaan, in beschonken toestand, voicemails ingesproken van vrienden waar ik ruzie mee had of nog erger; van scharrels waar ik het contact zojuist (als in: drie uur geleden) mee verbroken had. Die voicemails zorgden ervoor dat ik de volgende dag mijn hoofd zo’n 88 keer tegen de muur aan wilde rammen dus op zich is het best lief van mijn vrienden dat ze me daarvoor willen behoeden.

Maar goed, Cleo, je bent journalist en doet beter speurwerk dan Inspector Gadget en Baantjer bij elkaar, dat weet je zelf ook. Dus met één knip in je vingers heb je dat telefoonnummer zo weer in handen. Dus wat nou als ik hem bel… En wat nou als ik dan zeg dat ik toch af wil spreken om te horen waarom hij nooit iets voor me gaat voelen. Hmm, moet ik dat nou wel doen? Waarschijnlijk deed hij dat aanbod alleen maar uit vriendelijkheid. Vermoedelijk begrijpt hij op zijn leeftijd ook wel dat het erg bruut is om te zeggen: ‘Jo, ik vind jou totaal oninteressant en ik wil even tegen je zeggen dat ik nooit verliefd op je ga worden en trouwens, ik hoef je ook nooit meer te zien en ik ga ook nooit meer iets van mezelf laten horen. Dan weet je dat. Doei!’ Nee, dat kun je niet maken maar het lijkt mij dat hij dat wel het liefst had gedaan. Ho stop, geen gedachten voor anderen invullen. Misschien lijkt het hem echt wel leuk om een keer thee met me te drinken. Niet meteen zo negatief. Dus wat nou als ik hem bel en zeg dat ik heel benieuwd ben naar zijn verhaal. En wat nou als ik dan een week voor die afspraak op een crashdieet ga en vijf keer onder de zonnebank ga liggen en een nieuwe bh koop en die ene rok met die top en hakken eronder aantrek. Als ik dat doe, kan ik hem heus wel overtuigen van mijn kwaliteiten en is hij ineens op slag verliefd. Toch? Nee, zo werkt het niet Cleo. Verdomme, snap dat nou eens. Mannen zeggen dit soort dingen niet voor niets. En denk aan dat liedje van Bonnie Raitt dat Adele zo mooi gecoverd heeft: ‘I Can’t Make You Love Me.’

En bovendien, daar komt bovenop: wil je zo laag zinken dan? Alsof je niet meer waard bent dan je hand ophouden. Alleen al het feit dat je dit soort belachelijke ideeën oppert in je eigen hoofd is respectloos naar jezelf toe. Alsof jij nog iets met die jongen te maken wil hebben. Jezus zeg. Hij dumpt je al voordat hij je ooit gehad heeft. Hij weet niet wat hij laat lopen. Kom op zeg. En let nou eens op die film, het hele begin is al compleet aan je voorbij gegaan.

Even weet ik mijn aandacht vast te houden. Dat komt door de hevige pornoscène die nu aan de gang is. Heftig. Intens. Boeiend. Ik doe mijn ogen dicht… Nee Cleo, don’t even go there. STOP IT. In mijn gedachten zie ik hem, onder mij. Naakt. Damn. Ik kan het niet stoppen. Ik denk aan hem, constant. En alleen al het feit dat hij mij afgewezen heeft maakt hem direct 30 maal interessanter dan hij sowieso al was. Ik ben net een vent wat dat betreft. Ik zeg wel dat ik het spel van de liefde haat en dat ik geloof in liefde op het eerste gezicht maar ondertussen wil ik jagen. Ik wil jagen tot ik er bij neerval. Niets voelt zo goed als seks met je moeizaam gevangen prooi. What the hell is er toch mis met mij?

Als je zo graag met hem had willen neuken, dan had je dat verdomme moeten doen toen hij in je nest lag. Maar nee, toen moest je zo nodig hard to get spelen omdat dat met het oog op de toekomst nou eenmaal een beter idee leek. En omdat een man zijn best voor je moet doen. Logisch. Ik weet eigenlijk niet eens wat er in mij om ging toen hij in mijn bed lag. Ik werd namelijk compleet weggeblazen door mijn gevoelens. Jullie zullen bijna niet kunnen geloven wat ik voelde. Zó vaak heb ik gezegd dat ik nooit meer zoiets zou voelen. Ik had min of meer besloten dat ik het nooit meer zou voelen. Maar het gebeurde gewoon en het kriebelde.

Dat kriebelen voelde ik trouwens constant tijdens ons ‘samenkomen’. Vanaf het moment dat ik hem zag. Ik wist me daardoor geen houding te geven, dus ging ik maar stoer doen en hard to get spelen, of zoiets. Dat zal wel door het verleden komen. Zo übercliché en slaapverwekkend om te zeggen, dat weet ik, maar het is wel een beetje waar. Op het moment dat ik iets voel, voel ik mij genoodzaakt een muur van 90 meter hoog om me heen te bouwen, puur uit zelfbehoud. Ook zet ik mijn clownsmasker op. En dan ga ik stomme grapjes maken, onaardige dingen zeggen, dingen zoals ‘je stinkt’ en ‘je bent lelijk’ en tot overmaat van ramp ga ik ook nog eens boeren laten en zeggen dat er scheten klem zitten in mijn darmen.

Op zich is dat allemaal niet zo tactisch als je iemand echt leuk vindt. Maar ik kon er niets aan doen dat dat magische gevoel me ineens overviel. Ik heb het pas één keer eerder gevoeld in mijn leven. Mijn pech was alleen dat ik die ene keer verliefd werd op een jongen die gevoelig was voor nieuwe bh’s. Achteraf gezien was onze liefde niet wederzijds. Meer dan 7 jaar, 380 bh’s, een bloedend hart, honderden slapeloze nachten en liters tranen verder heb ik het gevecht opgegeven. Met het liedje van Bonnie Raitt in mijn achterhoofd. Als ik op die zwoele zomeravond op de Waalkade in Nijmegen geweten had wat ik nu weet, had ik de trein terug naar huis gepakt. De weken, maanden en jaren die daarop volgden kon ik niet meer terug. Ik was blind door de liefde. Ik ben gepokt en gemazeld door mijn verleden. Daarom besloot ik nooit meer verliefd te worden.

Tot afgelopen donderdag dacht ik echt dat je zulke dingen kon besluiten. Tot er iets buiten mijn macht om gebeurde. Ineens rook alles beter, voelde alles beter en smaakte alles beter. Ik zag de schoonheid van degene die naast me zat, iemand die ik niet eens ken. Deze jongen had iets puurs, iets ontwapenends. Iets wat ik over mijzelf niet kon zeggen, ik ben behoorlijk getroebleerd. Voor het eerst sinds jaren was ik in het hier en nu. In zijn bijzijn dacht ik even niet aan de zorgen van morgen. Dat ik dat gevoel door mijn gestuntel niet over heb kunnen brengen maakt misschien niet eens iets uit. Het gevoel was magisch. Het was een verademing. Eigenlijk wilde ik ook het liefst de hele tijd aan hem zitten, een drang die ik normaal gesproken niet zo snel heb. Maar iets hield me tegen.

De volgende dagen bracht ik al zingend, lachend en fluitend door. Mensen vroegen waarom ik er zo goed en gelukkig uitzag. Als mensen me vroegen naar mijn ‘date’ kon ik niet anders dan van oor tot oor stralen. Ik had nog net geen megafoon gekocht om het van de daken te schreeuwen, maar iedereen die het wilde weten of naar me wilde luisteren kreeg het te horen: volgens mij heb ik vlinders in mijn buik. Ik had energie voor 10 en kreeg geen hap door mijn strot. Ik ben in een paar dagen 3 kilo afgevallen en ik was gelukkig. Ik had de neiging om hem constant te bellen en te berichten om te vragen wanneer ik hem weer zou zien. Maar iets hield me tegen.

Ondertussen zijn we al over de helft van de film. Dan mag ik stiekem wel even op mijn telefoon kijken, toch? Misschien heeft hij wel een bericht gestuurd dat hij spijt heeft van zijn besluit. Nee Cleo, niet op je telefoon kijken. Hij heeft echt geen bericht gestuurd. Hij is juist blij dat hij van alles af is. En dan nog? Al heeft hij iets gestuurd... alsof jij dan nog in staat bent om over alle shit heen te stappen. Alsof dit niet een al gedane zaak is. Ik wil op mijn telefoon kijken, maar iets houdt me tegen.

Ik zat op een roze wolk. Tot vanmiddag. Toen plopte dat bericht op mijn telefoon op. Dat bericht zorgde er voor dat ik van mijn wolk aftuimelde en weer met beide benen op de grond stond. Boem, bats, in één klap vloeide alle adrenaline uit mijn lichaam. De magische stofjes maakten plaats voor leegte. Een leegte die ik probeerde op te vullen door zo hard mogelijk mee te zingen met Acda & De Munnik en een hele rol Oreo’s naar binnen te proppen. Vanmiddag besloot ik dat ik me er één dag rot om mag voelen. Het rotgevoel moet na die dag plaats maken voor dankbaarheid. Door deze jongen, die ik niet eens ken, weet ik dat ik nog kan voelen. Dat ik nog verliefd kan zijn.

De soundtrack van de film wordt op het hoogst haalbare volume ingezet: ‘You’re the best thing that never happened to me…’ Ik wil wederom mijn telefoon uit mijn tas pakken om de zoekactie naar zijn nummer van start te laten gaan. Maar iets houdt me tegen.

Terwijl we de zaal uitlopen slaat één van mijn vrienden zijn armen om me heen en geeft me een dikke knuffel, hij zegt: ‘Komt wel goed hè Cleedje.’ Het komt zeker goed schat, zeg ik. He’s just the best thing that never happened to me.