Schilderspalet


20 04 2016



Shit, het is kwart voor zes. Ik moet om zes uur werken. Ik moet minimaal vijf minuten voordat ik begin, omgekleed op de werkvloer staan. Fukkie, dat ga ik dus niet redden. Waar is die schone werkblouse eigenlijk? En de droogshampoo? Mijn haar kan echt niet zo. De fles deodorant ligt in ieder geval onder mijn make-uptafel. Ik zeg nu wel make-uptafel, maar dat is een groot woord voor dat gammele ding. Mijn make-uptafel is namelijk ook mijn eettafel én mijn bureau én mijn juwelentafel. De schone blouse kan ik zo snel niet vinden. Ik trek mijn T-shirt uit, gooi het op de bank en besluit een gedragen blouse uit de wasmand te vissen. Midden op mijn tiet zit een grote bouillabaisse-vlek, ik heb dat vissenvocht er van de week in mijn haast overheen gesplasht. Mijn baas en de restaurantgasten zullen mij de vlek moeten vergeven. Om vijf voor zes kom ik binnengestormd op mijn werk. Het is belachelijk druk.

In de loop van de avond is mijn blouse veranderd in een kleurrijk schilderspalet. Op mijn tweede tiet is een plens rode wijn beland. Niet door mijn schuld, overigens. Ter hoogte van mijn navel zit een streep satésaus. Die saus zat eerst aan de rand van een werktafel in de keuken. We zijn klaar. De kassa is geteld en we hebben een lekker glas wijn ingeschonken voor onszelf. ‘Zullen we op stap gaan?’, vraagt een collega. ‘Het was zo druk en we hebben keihard gewerkt, we hebben een borrel verdiend.’ Hoewel ik het daar ernstig mee eens ben, lijkt het me geen verstandig idee. Ik heb geen andere kleren bij me, ik zou dan met dit schilderspalet aan in de kroeg moeten gaan staan. Stel dat ik een interessant persoon tegenkom? Dat kan niet. En dan hebben we het nog niet eens over mijn make-up gehad die ijverig van mijn hoofd gezweet is, behalve onder mijn ogen. Nee en mijn haar dan. Het was voor mijn werk al baggervet, maar nu lijkt het alsof ik op mijn kop in de frituurpan heb gestaan. Indirect is dat ook wel een beetje zo. Ik heb de hele avond friet uit de keuken lopen snaaien en daarna natuurlijk zorgeloos mijn handen door mijn haar gehaald.

We zijn twee wijntjes verder en ik loop nu de kroeg binnen. De harde muziek die ze draaien geeft me een bevrijdend gevoel. Ik gooi mijn heupen los and I like it. Dat ik in eerste instantie geen voorstander van een stapavond was, ben ik alweer vergeten. Het moge duidelijk zijn dat ik geen ruggengraat heb. Er is helemaal niet veel voor nodig om mij over te halen, dat weten mijn collega’s maar al te goed. Ze hebben me er van weten te overtuigen dat de vlekken op mijn blouse totaal niet opvallen, zeker niet in het donker. En mijn haar? Dat heeft nog nooit zo goed gezeten, ik moet voortaan frituurvet als stylingproduct gaan gebruiken. ‘En je hoofd moet je gewoon even onder de koude kraan houden zodat de resten mascara onder je ogen wegspoelen. Klaar is kees!’ Ach, na een wijntje til ik er niet zo zwaar meer aan: mijn collega’s hebben altijd gelijk.

Terwijl er een borrel ingeschonken wordt dreunen de Vengaboys uit de speakers: ‘If you're alone and you need a friend… Someone to make you forget your problems… Just come along baby… Take my hand… I'll be your lover tonight.’ Op het moment dat ik het glas achterover sla zie ik een oude scharrel aan het eind van de bar staan. Een oude scharrel waar ik al jaren een enorm zwak voor heb. Het Zwak is zo groot dat ik niet meer zie dat hij niet eens zo knap is (wel gespierd). Het Zwak is zo erg dat ik het niet kan helpen dat ik altijd om zijn puberale grapjes moet lachen. Al zegt ‘ie dat mijn billen monsterlijk groot zijn geworden dan moet ik daar nog om lachen, zo week word ik in zijn bijzijn. Bah. Ik kijk hem recht aan. Foei. En die vlekken dan en mijn haar?! Shit. Shit. Shit. Hij heeft door dat ik hem gezien heb en ik weet wat hij denkt: het spelletje kan beginnen. En ja hoor, terwijl hij me heel stoer aankijkt, gaat hij mallotig maar toch sexy playbacken op het nummer: ‘ Boom boom boom boom! I want you in my room. Let's spend the night together.’ Hij sluit af met een dikke vette knipoog. Niet lachen Cleo, zeg ik nog tegen mezelf maar het hele café ziet al dat ik van oor tot oor sta te grijnzen als een achterlijk schaap. Dat is natuurlijk precies wat hij wil. De spierbundel komt naar me toe en geeft een me een zoen in mijn hals. ‘Wil je iets drinken schoonheid?’, vraagt hij slijmerig. Mijn hersens weten dat dit een bijzonder slecht plan is maar het Zwak kreunt: jaaaaa. Ik win het nooit van het Zwak. Het Zwak regeert. Een uur later fluistert de playbacker in mijn oor: ‘Heb jij ook zin? Heb jij ook zin om lekker te knuffelen?’ Zo fout. Ik kan nu nee zeggen maar dan maak ik de dingen alleen maar erger. Ik ken mezelf. Als ik nee zeg, krijg ik met mijn dronken hoofd achteraf spijt en dan ga ik hem, als ik al in bed lig, bellen en smeken of hij me niet toch nog een knuffel wil komen brengen. Zo lam om dit van mezelf te weten. Nog geen uur later vertrek ik uit het café. Niet alleen, nee, natuurlijk niet alleen.

Nou, ga jij maar vast in bed liggen, zeg ik. Dan ga ik even douchen. Terwijl ik in mijn badjas naar de badkamer strompel voel ik ineens van alles rommelen in mijn buik. Niet vreemd, die halve snackbar die ik tijdens het werk naar binnen gepropt heb kan niet wachten om mijn lijf weer uit te mogen rennen. Als ik de douche vast aanzet merkt hij vast niet waar ik mee bezig ben. Eenmaal onder de douche ga ik tussen mijn collectie lege shampooflessen op zoek naar mijn scheermes. Dat scheermes is niet zo actueel meer, het is zo bot als een aangespoeld stuk wrakhout. Maar de begroeiing laten staan is uiteraard geen optie. Ik probeer met beleid te werk te gaan maar de tequila zorgt er voor dat het in de buurt van mijn rechter enkel flink mis gaat. Hak. De hele douchebak kleurt rood. Ai, het moet stoppen met bloeden want hij mag niet weten dat ik speciaal voor hem mijn benen scheer. Hij moet denken dat mijn benen net als in de reclames voor echte vrouwen, ieder moment van de dag satijnzacht zijn.

Mijn haren zijn gewassen, alles is geschoren maar uit nood moet ik wat langer onder de douche blijven staan, tot ik een beetje uitgebloed ben. Ik ontspan me en geniet van het schone, warme water. De ontspanning en warmte zorgen ineens voor een helder moment. Holy moly! Die gast ligt in mijn bed, maar ik had het nog moeten verschonen. Mijn bed ligt vol met koekkruimels. O nee, er ligt ook nog een halflege zak kroepoek in. En alsof dat nog niet genoeg is staan er langs de rand van mijn krakende hoogslaper nog wat andere gênante dingen. Een leeggevreten beker chocolademousse en een pot Speculoos met een eetlepel erin. Het was ook zo’n stom plan om hem onvoorbereid mee naar huis te nemen!

Teruggekomen in mijn kamer gooi ik mijn badjas uit en trek ik een stukje frivool kant aan. Voor ik het bed in duik, spuit ik als finishing touch nog een halve fles bodylotion op mezelf leeg. Even verkeer ik in de waan dat het zachte gepruttel dat ik hoor uit de fles lotion komt, maar dan realiseer ik me dat het geluid van boven komt. Het stilleven dat ik na het beklimmen van de gammele ladder aantref, is eigenlijk best vertederend. Mijn Zwak ligt heel zoet te slapen en af en toe komt er een zacht pruttelgeluidje uit zijn mond. Zijn verrukkelijk gespierde linkerarm ligt over de zak kroepoek heen en met zijn rechterhand omklemt hij mijn oude kangoeroeknuffel. Ik kruip geruisloos naast hem, geef hem een zoen en sluit mijn ogen. Zucht. Let’s call it a day.