En dan verklaar ik hierbij… (073Magazine)


03 06 2016



Nu de eerste zonnestralen onze Bossche terrassen weer aangenaam verwarmen, voel ik mij genoodzaakt om namens mijn horeca-collega’s en mezelf een oproep te doen. Ik wil jullie adviseren om deze column heel erg zorgvuldig door te lezen, vóórdat jullie met jullie welgevormde, elegante achterwerken op onze opgepoetste terrasstoelen neerploffen.

Ik voel me geroepen om jullie geheugen op te frissen en drie gouden regels in herinnering te brengen. Stiekem kennen jullie ze wel -de gouden fatsoensregels- maar het kan nooit kwaad om ze zo af en toe even op te poetsen. Ik vrees namelijk dat niet iedereen deze zomer ongeschonden door zal komen als ik mijn kaken op elkaar houd. Afgelopen zomer heb ik dankzij mijn welhaast bovenmenselijke talent voor zelfbeheersing ongelukken weten te voorkomen en mezelf er van weten te weerhouden om een aantal van jullie hartelijk te molesteren. Dat gaat dit jaar niet lukken als jullie (de verwende, o zo welkome terrasdieren) niet naar me luisteren. Als jullie mijn hartenkreet negeren, kan ik jullie veiligheid niet garanderen. Het zou zomaar kunnen gebeuren dat ik onaangekondigd een ijspriem in één van jullie delicate oorschelpjes kom steken, om jullie temperatuur even op te meten. Of dat één van mijn collega's een verrassing komt brengen in de vorm van een rauwe vis die een paar ferme klapjes op de wangen uit komt delen. Dat zo’n actie misschien tot mijn ontslag zou kunnen leiden, omdat mijn baas (correct knipmes eerste klas) van de oude stempel is (de gast is koning!), kan me dan echt niet schelen.

Ik sta er al acht jaar om bekend dat ik een engelengeduld met gasten heb, maar zelfs mijn geduld begint een beetje op te raken. Is dat gek als je parels van gasten over de vloer krijgt? Parels die je aankijken alsof je een zwijn bent. Alsof je hoofd gevuld is met slachtafval en de vorm van een worst heeft. Die parels denken dat je te dom bent om iemands temperatuur op te kunnen meten. Ze hebben het lef om dingen te zeggen in de trant van: ‘Ja meisje, dan had je maar door moeten leren, net als ik, dan had je nu ook lekker op het terras kunnen zitten.’ Of: ‘Doe mij een cola en een pils. Maar uh... Moet je dat niet opschrijven, meisje? Als je bij de bar bent, dan ben je het waarschijnlijk alweer vergeten.’ Regel 1: Doe niet alsof er in de horeca alleen maar mensen werken met het IQ van een regenworm!

Deze parels zijn niets vergeleken bij de ‘shining stars’, zoals ik ze altijd noem. De shining stars krijgen het voor elkaar om jou gretig bij je arm vast te grijpen, net op het moment dat je met een dienblad met vijftien glazen drank boven je hoofd loopt. Of zij ook iets mogen bestellen. Natuurlijk meneer! Wat had u gewild? Tweemaal jus, drie rode wijn en tien bier? Kan binnen enkele ogenblikken geregeld worden. OVER UW HOOFD. Regel 2: Niet aan ons zitten! Ook van liefdevolle, corrigerende tikjes op onze billen zijn we NIET gediend.

Last but not least. Zie ik eruit als een leergierige hond? Zie ik eruit als een tovenaar? Zie ik eruit als Grietje van Hans en Grietje? Dacht het niet! Maar waarom, lieve terrasdieren van me, waarom maak ik het dan dagelijks mee dat mensen op hun vingers fluiten om mijn aandacht te trekken? Waarom klappen jullie driftig in jullie handen? Waarom knippen jullie in jullie vingers? Ik ben geen kwispelende hond, ik ben geen tovenaar. Waarom maken jullie lokbewegingen met jullie wijsvingers, net als de de boze heks die Hans en Grietje het snoephuis in wil krijgen? Wij, het horecapersoneel, zijn mensen, wij werken hard en we verdienen het om menswaardig behandeld te worden. Regel drie: Behandel ons met respect! De eerstvolgende keer dat ik zo’n heksenvinger in het vizier krijg, kom ik die persoonlijk verwennen met een manicure van de kreeftentang.

Ik dank jullie voor de aandacht. En dan verklaar ik hierbij het terrasseizoen voor geopend!