Roken is dodelijk (073Magazine)


03 06 2016



Zo, nu eerst tijd voor een sigaretje, zeg ik tegen mezelf terwijl ik op de tast op zoek ga naar mijn pakje peuken. Help. Ik heb helemaal geen sigaretten. Ik kan niet roken, ik mag niet roken, ik ben al bijna een week gestopt met roken. Wanneer dringt dat nou eens tot me door? Roken is dodelijk. Ik wil helemaal niet roken, weet je nog? Sinds ik gestopt ben, is mijn leven veranderd in een grote worstelpartij met mezelf. Het is verschrikkelijk. Het lijkt alsof mijn leven de afgelopen jaren alleen maar om roken heeft gedraaid. Zo weinig stel ik op dit moment nog voor zonder die kk-staafjes. Ik heb geen inspiratie, geen concentratie, ik kan nergens van genieten, het lukt niet om te poepen, ik ben bloedchagrijnig en ik heb niet eens zin in wijn. Ik schaam me dood, serieus. Ik moet me ook schamen en ik moet me schuldig voelen. Het is zo waardeloos wat een verslaving met je doet. Het is absurd dat ik zo lang en nutteloos mezelf de vernieling in heb geholpen. Waarom ben ik niet eerder gestopt met roken? Stelde ik zo weinig eisen aan mezelf? Wilde ik mezelf de maanden ellende waar je doorheen moet als je stopt besparen uit pure gemakzucht? Had ik zo’n laag gevoel voor eigenwaarde?

Hoe serieus neem je jezelf als je het lef hebt om gewoon stug door te blijven paffen terwijl je weet dat je door te roken allerlei griezelige ziektes en hartkwalen op kunt lopen? Hoeveel zelfrespect heb je als je willens en wetens riskeert dat je de pijp uit kan gaan door een afschuwelijke longkwaal? Hoeveel verdriet wil je de mensen waarvan je houdt hiermee aandoen? Roken is dodelijk. Roken is nutteloos. Roken zit tussen je oren. Roken stinkt. Mijn eerste grote liefde, een anesthesist in opleiding, vertelde me regelmatig anekdotes over mensen die hij aan longkanker had zien sterven. ‘Dat wil je niet Cleo, geloof me nou. Dat wil je jezelf en de mensen die om je geven niet aandoen. Achteraf heb je spijt. Stop alsjeblieft met roken.’ De laatste keer dat hij zo’n betoog hield gooide hij mijn volle pakje sigaretten van de bovenste verdieping van het appartementencomplex waar hij woonde naar beneden. En hup, mijn aansteker erachteraan. Welgeteld twee dagen was ik gestopt. Al op dag twee kocht ik, lafbek, een nieuw pakje. En ik bleef maar doorpaffen als één of andere hersenloze troela. Wil je weer falen, ja? Weer nachten wakker liggen met schuldgevoelens en pijn in je longen. Wil je dat?

Minstens één keer per vijf minuten moet ik met mezelf, in mijn hoofd, hetzelfde riedeltje doorlopen om vervolgens met heel veel moeite te besluiten geen pakje sigaretten te kopen en geen sigaret op te steken. Ze zijn doodvermoeiend, die riedeltjes, ze slurpen alle energie uit je op. Maar het moet, ik moet hier doorheen en ik moet het vertrouwen hebben dat dit gevoel, dat extreme verlangen, wegebt. Op dag drie zat ik huilend in de vensterbank van mijn open raam, zo erg miste ik mijn sigaretje bij mijn bakkie pleur. Ik werd gek. Ongelofelijk dat een stupide verslaving je tot zo'n enorme wanhoop kan drijven. Inmiddels zijn we vijf minuten verder en gaat mijn hand onwillekeurig weer op zoek naar mijn pakje sigaretten. Help. Ik heb helemaal geen sigaretten. Ik kan niet roken, ik mag niet roken, ik ben al bijna een week gestopt met roken. Wanneer dringt dat nou eens tot me door? Roken is dodelijk. Ik wil helemaal niet roken, weet je nog?