Mijn vriend


07 09 2016



Mijn buik schudt op en neer en de tranen springen in mijn ogen van het schaterlachen om een scène uit de Franse film Intouchables. Philippe en Driss bewonderen een schilderij dat volgens Driss sprekend op de spatten uit een bloedneus lijkt. Ik lig samen met mijn vriend in bed. We kijken de film op mijn laptop. Althans, ik kijk de film op mijn laptop. Mijn kersverse vriend is al weggedoezeld maar schrikt op door mijn gelach en geschuddebuik. Met een slaperig gezichtje en dichtgeknepen oogjes zegt hij: ‘Je bent een lief aapje en ik vind het fijn om zo lekker bij je te liggen.’ Hij legt zijn hoofd terug op mijn schouder en valt spoedig weer in slaap op mijn borst. Ik aai hem over zijn hoofd en snuffel aan zijn fris gewassen haar. Zijn prachtige, donkere haren zijn zo heerlijk zacht. Hij is zo lief, hij is zo mooi.

Het klinkt nog een beetje gek als ik het zo zeg: ‘mijn vriend’. Mijn Vriend. We hebben nu ruim anderhalve maand verkering. Ik en mijn vriend. Wij. Hij en ik. Mijn vriend is 33 jaar en heeft samen met zijn compagnon een restaurant. Hij is er chef-kok. Mijn vriend zegt dat hij niet werkt omdat hij zijn werk als zijn hobby beschouwt. Hij vertrekt iedere ochtend goedgemutst en met een stralende lach naar zijn hobby/werk.

Wie had gedacht dat ik ooit nog verliefd zou worden? Wie had gedacht dat ik ooit nog een vriend zou krijgen? Het klinkt vast bejaard als ik op mijn prille leeftijd zeg dat ik er al van overtuigd geraakt was dat er op de hele aardkloot geen geschikte man voor mij rondliep. Ik weet: het is theatraal, maar toch dacht ik het. En nu is hij er. Hij kwam gewoon uit het niets en ik kan het zelf nog haast niet geloven. Het lijkt alsof ik droom. Echt. Ik kan niets anders meer dan 24 uur per dag verliefd zijn en iedereen mag het weten. Op momenten dat hij niet bij mij is, verdwalen mijn gedachten en komen dan toch vanzelf bij hem uit. Ze hebben niet eens broodkruimels nodig. Het klinkt zo cliché als het eind van een sprookje, maar ineens begrijp ik waarom het nooit iets is geworden met iemand anders. Niemand kan aan hem tippen, namelijk. Mijn vriend is lief, geduldig, gezellig en hij heeft een verbijsterend goed inlevingsvermogen. Hij is alles wat deze vrouw zoekt in een man. Wat elke vrouw misschien wel zoekt in een man. Dat zeg ik niet omdat ik toevallig verliefd op hem ben. Nee, mijn vriend is fantastisch en zijn aanwezigheid is een geschenk waarover ik kort geleden niet had durven dromen.

De laatste scène van de film is aangebroken. De waterlanders verzamelen zich weer royaal achter mijn oogkleppen. Ik geef mijn slapende vriend kusjes en snuif weer even verlekkerd de geur van zijn haar op. En ja hoor, de sluisdeuren gaan zomaar onaangekondigd open: de tranen stromen over mijn wangen. Ik lig te snotteren van geluk. Kijk mij. Mijn vriend is een man die in staat is om mij de zorgen van het dagelijks leven te laten vergeten. Als ik in zijn ogen kijk, dan leef ik in het hier en nu, dan ben ik in staat om te genieten van het moment. Net als in de film. Ik denk niet aan morgen. In het bijzijn van mijn vriend ruikt alles beter, smaakt alles beter en voelt alles beter. Ik ben hem dankbaar. Mijn vriend wordt wakker en pakt mij stevig vast. Terwijl hij me kusjes in mijn hals geeft bedenk ik me dat het niet beter kan gaan worden dan nu, ik omarm de hemelse stortvloed. Dit gevoel, deze vreugde, is het beste en het mooiste wat een mens kan voelen. Dit is het, ik weet het zeker. Ze noemen het ultiem geluk. Ik ga een ode voor hem schrijven. Zeker weten. Voor hem. Voor mijn vriend. De liefste.